Zoeken      nl | fr
 
De Olympische waarden, het Olympisme en de Olympische Beweging Afdrukken   Minimaliseren

Baron Pierre de Coubertin, een Parijs edelman geboren in 1863 studeerde literatuur, recht en wetenschappen en was zeer sterk geïnteresseerd in de vorming van de toenmalige Franse jeugd.
Het feit dat de Fransen de oorlog tegen de Pruisen verloren hadden in 1870 en dit vooral toeschreven aan de mangelende fysieke conditie van de jeugd, versterkte de mening van de Coubertin dat men bij de vorming van jongeren ook oog moest hebben voor de lichamelijke ontplooiing.
Bij zijn diverse studiereizen kwam de Coubertin dikwijls in contact met het Angelsaksische opvoedingssysteem waarbij op het schoolcurriculum – in navolging van de theorieën van Lindsey en Arnold - zeer veel plaats ingeruimd werd voor bewegings- en sportactiviteiten (o.a.: Rugbycollege).

Op zijn beurt probeerde hij dit systeem te introduceren in Frankrijk doch de twee pogingen die hij daartoe ondernam, mislukten.
In 1892 hield hij een zeer opgemerkte redevoering aan de Sorbonne te Parijs, de “Manifeste Olympique”, waarbij hij een haarscherpe analyse bracht van de vigerende gymnastieksystemen (Ling, Bukh, Spiesz, Hébert, …) met als conclusie dat enkel sport in het onderwijs de beoogde vormingsdoelen in het onderwijs kan helpen realiseren..
Om diverse redenen werd zijn vraag afgewimpeld.

In diezelfde periode had hij ook kennis gemaakt met enkele lokale initiatieven rond het herinrichten van de Olympische Spelen (Brooks in Wesclock (UK), Evangelistos Zappas (Gr) en le Père Didon (Fr)).

In 1894 tijdens het Internationaal Congres voor Atletiek herhaalde hij zijn oproep voor het invoeren van sport op school maar koppelde er de herinrichting op internationaal vlak aan van de Olympische Spelen.
Het laatste werd aanvaard met als gevolg de oprichting van het Internationaal Olympisch Comité met de Griek Dimitrios Vikelas als eerste voorzitter en de organisatie van de eerste moderne Olympische Spelen in Athene in 1896.
Het thema ‘Sport op school’ werd roemloos afgevoerd.

De Coubertin bleef echter niet bij de pakken zitten en ontwikkelde op het vlak van publicaties een ongekende productiviteit. Zo schreef hij meer dan dertig boeken, vijftig brochures en twaalfhonderd artikels handelend over sport, opvoeding, cultuur, moraal,....
Hij baseerde zijn traktaten over opvoeding zowel op de aloude Griekse waarden maar evenzeer op de vigerende pedagogische en filosofische stromingen.
De herinrichting van de Olympische Spelen gebruikte hij vooral om zijn ideeën over jongeren, vorming en sport door te drukken. De Spelen dienden te fungeren als aantrekkingspool voor de jongeren, hen aan te zetten tot sportbeoefening in een sfeer van openheid, eerlijkheid, tolerantie en broederlijkheid.
Hij beschouwde sport als een universele taal die los van elk mogelijk onderscheid – ras, religie, cultuur, .. – de jeugd van de hele wereld dichter bij elkaar kon brengen.
De Spelen waren het topje van de ijsberg die hij de Olympische Beweging noemde. Sinds 1912 sprak hij over Olympisme als een filosofie, een manier van denken waarbij de sport beschouwd wordt als een vormende hefboom voor de totale persoonlijkheid en als waardengenerator.
Olympisme is een complex van antroposofische concepten die via de sport gestalte krijgen.
De essentie van de Olympische filosofie was en is: de culturele ontplooiing van het individu via de sport binnen de sociale, culturele, pedagogische, nationale en internationale context.

“Du bronzage du corps au bronzage de l’esprit” (de Coubertin)

De Olympische Beweging betekende voor de Coubertin voornamelijk de vorming van jongeren door de sport waarbij hij vooral de volutionele factoren benadrukte: karaktersterkte, wilsvorming, discipline, harding van het lichaam, mentale kracht.
Via het beoefenen van de sport en het in competitie treden met elkaar beoogde hij naast culturele uitwisseling ook verdraagzaamheid, wederzijds respect, vrede tussen de volkeren, ….
Daar waar de Olympische Beweging bij de creatie ervan het vooral diende te hebben van een eerder toevallige invulling van deze doelstellingen werd dit door het huidige IOC zeer sterk gestructureerd.
Zo is er de Olympische Solidariteit met wereldwijde projecten rond vorming, opleiding, ondersteuning van allerhande initiatieven gericht op sportparticipatie, ….
Zo zijn er de jaarlijkse thema’s van het IOC waar rond colloquia, congressen en seminaries georganiseerd worden, o.a.: de vrouw in de sport, de vrijwilliger in de sport, sport en milieu, doping, het geweld in de sport, ….
Wereldwijde symbolische acties zoals de Olympic Day Run, ieder jaar rond 23 juni, accentueren dan weer de Olympische waarden waarvoor het Olympisme staat.
Tientallen internationale akkoorden werden ook afgesloten met de grote wereldorganisaties zoals o.a.: de Verenigde Naties, Unicef, Unesco, …

 
BOIC - Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité vzw | Boechoutlaan 9 - 1020 Brussel | copyright © - alle rechten voorbehouden Inloggen