In Singapore is het doek gevallen over de eerste editie van de Jeugd Olympische Spelen. Net voor de sluitingsceremonie hadden we een gesprek met Gert Van Looy, Chef de Mission van het Belgian Junior Olympic Team.
Gert Van Looy, één van de eerste zaken waar men het als chef de mission graag wil over hebben, zijn waarschijnlijk de resultaten van het Belgische team, niet ? Voldoen ze aan uw verwachtingen?
Als ik de resultaten van de 51 atleten van het Belgian Junior Olympic Team (BJOT) bekijk, stel ik vast dat –naast de 8 medailles – er ook veel top-8 plaatsen werden behaald en ook wel wat Personnal Best werden verbeterd, zelfs bij minder goede prestaties. Dit is een uitstekend signaal! Het is natuurlijk belangrijk om te herhalen dat onze doelstelling voor de Spelen er een was van ‘leren en evalueren’ en niet ‘presteren’. Dat was het belangrijkste en dat doel hebben we zeker bereikt. In de context van deze competitie zou ik de medailles niet al te veel op de voorgrond plaatsen, daar tegenover staat dat een medaille een bijkomende motivatie betekent voor de atleet die ze wint en voor de hele delegatie. In de komende weken zullen we de prestaties evalueren en daarbij zullen we sport per sport, atleet per atleet moeten analyseren wat er kan verbeterd worden en welk potentieel er is.
Er zijn toch sporten zoals het roeien, triatlon of nog het zwemmen die minder goed gepresteerd hebben?
Misschien, maar nogmaals het is belangrijk om niet al te overhaaste conclusies te trekken. Jean-Benoît Valschaerts bijvoorbeeld, begint een jaar geleden met roeien en eindigt op een 13e plaats in de eindstand. Een atleet met zijn gestalte die zo’n enorme kracht uitstraalt – ook mentaal – heeft volgens mij nog heel wat in zijn mars. Bij het triatlon komt Charlotte Deldaele als zesde en Thomas Jurgens als 1e uit het water na de zwemproef. Charlotte heeft pech en valt in de eerste bocht in het wielrennen. Thomas moet absoluut vooruitgang boeken in het koersen (en dat weet hij). Maar deze twee atleten kunnen het ver schoppen indien ze doelgericht te werk gaan. In het zwemmen, ondanks verschillende ‘Personnal Best’, is er nog werk aan de winkel … maar Sarah Wegria die zich kwetst bij een val in het Olympisch dorp … dat is pech!
Denkt u dat de atleten van het Singapore team hun – nu nog prille - carrière van topsporter zullen verder zetten ?
Zeker weten! Natuurlijk zullen sommige ermee stoppen, maar in ieder geval hebben deze Jeugd Spelen in grote mate vertrouwen gegeven aan de atleten en de zin om verder te gaan. Dat is zeker waar voor 70% onder hen. En daar ligt onze echte overwinning! Want zelfs indien sommige atleten niet zullen deelnemen aan de Olympische Spelen van Rio in 2016, vandaag zijn zij de motor van een dynamiek die de topsport zo hard nodig heeft. Gelukkig werden dankzij de inspanningen van de sportinstanties van ons land – o.m. met het project Be Gold, organisaties bereid gevonden om jonge talenten structureel te steunen . Waar we echter nog beter kunnen doen is op medisch en wetenschappelijk vlak en ook op niveau van begeleiding van de atleten.
Denkt u dat deze atleten een rolmodel zullen spelen – trouwens ook een van de doelstellingen van het Internationaal Olympisch Comité - voor hun leeftijdgenoten?
Neen, dat zou ik niet willen beweren! Velen onder hen hebben trouwens geen zin om die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Ze zijn nog jong, laat ons dat niet vergeten! Zij zullen zonder twijfel een dynamiek teweeg brengen binnen hun sport, in hun club, in hun federatie … maar dat zal op een natuurlijke manier gebeuren.
Heeft het concept van de Olympische waarden gewerkt ? Atleten komen toch in de eerste plaats naar de Jeugd Olympische Spelen om medailles te halen, neen? “Om te winnen moet je als eerste over de eindstreep komen. Om een kampioen te zijn; moet je evenveel bewondering oproepen omwille van je persoonlijkheid als voor je fysieke talenten”, hebben deze woorden van Jacques Rogge indruk gemaakt op de deelnemers?
Dat denk ik wel. De atleten werden hier in een “Olympisch bad” gedompeld. Maar uiteraard komt presteren hier op de eerste plaats. De waarde ‘Uitmuntendheid’ heeft hen het meeste bezig gehouden. Maar ik heb hier ook veel fair play, vriendschap en respect voor de tegenstander gezien. Ik denk hier onder meer aan Lola Mansour, die tijdens een interview met een journalist zei ‘om het even wie had goud kunnen winnen’. Wat een mooi gebaar van nederigheid en van respect voor de anderen. En dat is slechts één voorbeeld. Natuurlijk kom je hier ook uitzonderingen tegen maar in het algemeen werd die doelstelling gehaald, ook door de organisatie. Ik hoop trouwens dat we zullen kunnen rekenen op het Singapore Team om hun ervaringen te delen met atleten die zich voorbereiden op het volgend Europees Jeugd Olympisch Festival (Trabzone in Turkije zomer 2011) of met het oog op de volgende Jeugd Olympische Spelen in het Chinese Nanjing in 2014. Door het invoeren van gemengde ploegen , een initiatief van het IOC, kregen de atleten ook meer de kans om met elkaar kennis te maken en zich in te spannen voor één en hetzelfde team. Het is trouwens in deze context dat het team ‘Europa’ goud heeft gewonnen met 4 Europese ruiters waarvan onze Nicola Philippaerts. Wat een vreugde hebben we toen gezien!
Was alles dan zo perfect hier in Singapore ?
Het kan altijd beter … Maar even goed doen in twee jaar tijd ? Dat lijkt mij onmogelijk. Temeer dat de eerste organisatie van zo’n evenement vaak te kampen heeft met kleine mankementen. In Singapore kwamen er steeds doeltreffende oplossingen. Ik doe er mijn hoed voor af! Nu wat het concept van bepaalde competities betreft, onder andere het wielrennen, zijn er zeker en vast zaken die herbekeken moeten worden. Ik denk trouwens dat het IOC dit aspect reeds evalueert.
Hoeveel Belgische atleten hebben deelgenomen aan het Cultureel en Educatief Programma ?
Zo goed als alle atleten hebben deelgenomen en hebben genoten van het programma. Het voordeel van zo’n programma is dat niemand zich ooit verveelde … naast de trainingen, de competities (als deelnemer of toeschouwer), hebben de atleten ook kunnen proeven van ‘het avonturen-eiland’ en tal van andere animaties.
Hoe was de sfeer in het Olympisch dorp?
Geweldig, echt waar. Ik denk dat we daar iets heel sterks gecreëerd hebben. Een sterk gevoel van teamgeest dat trouwens niet zo snel zal verdwijnen! Ik wil trouwens van de gelegenheid gebruik maken om al de atleten, hun coachen, de paramedische en de medische ploeg, mijn collega’s, de leden van de ambassade van België in Singapore en al de vrijwilligers die ons hebben bijgestaan hartelijk te danken … Samen hebben we van deze ervaring een geweldig succes gemaakt!
Met deze gedachte zullen we ons werk verder zetten !