28/02/2010--->
"Ik hoop op twee à drie finaleplaatsen en droom stiekem van een uitschieter, maar ik denk dat we eerlijk en bescheiden moeten blijven: een medaille zal er wellicht niet inzitten", dat vertelde delegatieleider Eddy De Smedt een dikke maand geleden bij de voorstelling van de Belgische selectie voor de Olympische Winterspelen in Vancouver. Vandaag blijkt dat zelfs die voorzichtige inschatting te optimistisch was, al is heus niet alles negatief. Enkele Belgen lieten best knappe dingen zien.
Shorttracker Pieter Gysel bijvoorbeeld. Van hem werd door kenners veel verwacht en zelf legde hij de lat ook hoog, maar hoe graag hij dat ook wilde: een finale zat er niet in. Met zijn 9e plaats op de 1500 meter kwam hij van alle Belgen wel het dichtst in de buurt van een olympisch diploma (top-8). En het mag voor een leek dan misschien niet meteen blijken uit zijn resultaten, Gysel schaatste een erg verdienstelijk toernooi. De 29-jarige Leuvenaar kwam iedere keer opnieuw strijdvaardig voor de dag, maar trof het jammer genoeg niet met zijn lotingen en - eerlijk is eerlijk - in de halve finales van de 1500 meter botste hij op de grenzen van zijn eigen kunnen.
Ook op de prestatie van de Belgische bobsleevrouwen Elfje Willemsen en Eva Willemarck mag niet afgedongen worden. Nog geen drie jaar terug hadden de twee nog nooit een bobslee van dichtbij gezien, maar in Vancouver eindigden ze toch op een knappe 14e plaats. Als de meisjes de kans krijgen om verder te werken, mag de lat binnen vier jaar in Sotchi een flink stuk hoger gelegd worden. Daar lijkt iedereen het over eens.
Kunstschaatsen dan. De selectie van de Brusselse Isabelle Pieman was omstreden maar daar trok ze zich bijzonder weinig van aan. "Wie aan de eisen van de internationale federatie voldoet, verdient het om hier te staan", vertelde ze, waarna ze haar gelijk bewees door een foutloze korte kür te schaatsen. Ze werd daar door de jury voor beloond met een persoonlijk record en strandde als 25e op één plaatsje van de finale. Zonder meer verdienstelijk.
Bij de mannen haalde Kevin Van der Perren die finale wél, maar daarin liep het flink mis. De 27-jarige Ninovieter, die de korte kür na een erg knappe prestatie had afgesloten op de 12e plek, werd in de vrije kür genekt door de stress en moest uiteindelijk tevreden zijn met de 17e stek. Ruim onvoldoende voor de man die op zijn derde en meteen ook laatste Winterspelen graag zijn beste resultaat ooit (9e in Turijn 2006) had verbeterd en amper een jaar geleden links en rechts wel eens werd genoemd als outsider voor een medaille.
Ook slalomskiester Karen Persyn kon de verwachtingen niet inlossen. Zij ging voluit voor een plaats in de top-20, en droomde zelfs van een plaats bij de beste 16, maar verspeelde haar kansen al in de eerste manche, waarin ze pas 33e werd. Dankzij een goede tweede run kon Persyn nog opklimmen naar de 27e plaats, maar echt tevreden mag en kan ze daar niet mee zijn. Hier zat duidelijk meer in.
Haar mannelijke collega's Jerke Van den Bogaert en Bart Mollin ontgoochelden eveneens. Zij mikten allebei op een plaats bij de beste 30, maar moesten die ambitie al snel laten varen. Mollin ging er tot zijn ontzetting al in de eerste run uit, Van den Bogaert kon in de tweede run de schade min of meer beperken en klom nog op van de 42e naar de 34e plek. "Geskied met veel risico's", klonk de uitleg bij zowel Mollin als Van den Bogaert. Wat bij delegatieleider Eddy De Smedt het ludieke "daar koop je veel mee" ontlokte.
Voor de laatste Belgische medaille op de Olympische Winterspelen moeten we al terugblikken tot Nagano 1998, toen de genaturaliseerde Nederlandse schaatser Bart Veldkamp brons won op de 5000 meter. Op de volgende medaille is het nog minstens wachten tot Sotchi 2014. Alle ogen zijn daarvoor nu al gericht op snowboarder Seppe Smits. Het jonge toptalent werd voor de Spelen in Vancouver al als een outsider voor een medaille gezien, maar mocht als eerste reserve van zijn internationale federatie uiteindelijjk niet in actie komen en dat is in meer dan één opzicht een gemiste kans gebleken.
(Belga)